het beste medicijn

Toen ik 23 was ging ik voor het eerst in therapie. Ik werd opgenomen voor 12 weken in een instelling in Bosch en Duin. Ik was compleet opgebrand door de 3 banen die ik had. Ik was jong, ik woonde op mezelf en ik wilde geld verdienen dus ik werkte veel. Overdag mijn werk in de fabriek met het verzendklaar maken van hout. In de avond deed ik werk voor een bekende die een boekhoudkantoor had en in het weekend had ik een baantje in de horeca. Het was veel en ik hield het dan ook niet vol en klapte in elkaar.

In de instelling waren veel verschillende mensen, verschillende problemen. Ik was de jongste. Ik raakte al snel bevriend met wat mensen. Vrienden worden met mensen ben ik goed in. Ik ben zeer sociaal en mensen stellen zich snel open bij mij op de één of andere manier. Ik ben open en eerlijk en dat maakt dat mensen dat doen. Toen ik een periode in mijn leven auto-rijinstructeur was hadden sommige leerlingen in een paar uur hun hele hebben en houden eruit gegooid. “Het is zo makkelijk praten met jou” heb ik ZO vaak te horen gekregen. Of ik dan altijd op al die verhalen zat te wachten is weer iets anders.

In de instelling raakte één van mijn nieuwe “vrienden” steeds in een psychose. Als dat gebeurde kon er ook gelijk iemand voor mij komen want ik raakte dan compleet overstuur. Het eerste wat ik daar leerde was dan ook dat ik mij andermans leed niet aan moest trekken. Dat helpt namelijk helemaal niets en niemand. De basis die ik daar gelegd heb met het leren van het loslaten van andermans ellende komt mij de rest van mijn leven al van pas. De belangrijkste les ooit!

Na 12 weken moest ik het pand en mijn nieuwe vrienden verlaten. Ik dacht dat ik alles wel wist, alles geleerd had wat ik moest weten. Op je 23ste weet je niet beter dan dat je alles weet! Uren therapie gevolgd, uren gepraat, geknutseld en wat al niet meer. Bij het afscheid zei de oppertherapeut tegen mij dat hij nooit iemand had meegemaakt die zo veel en duidelijk droomt als ik. Ik was namelijk in de instelling begonnen te vertellen over mijn dromen. Ik was ze op gaan schrijven, gaan delen, in de hoop dat de therapeuten mij konden helpen ze te laten verminderen. In de hoop dat ze mij konden uitleggen wat de betekenis was van mijn dromen en mijn nachtmerries. Al van kleins af aan heb ik last van dromen en nachtmerries. Ze vallen mij iedere nacht lastig. Slaapwandelen hoort er soms ook bij. Een goede vriendin wil niet meer met mij op een kamer slapen door mijn gedrag ’s nachts. Ik praat, ik fluit, ik doe van alles in de nacht waar ik niets van weet. Jammer genoeg konden de therapeuten mij ook niet helpen er meer (be)grip op te krijgen.

Mijn dromen en nachtmerries zijn een zwaar blok aan mijn been (vermoeide lijf) al mijn leven lang. De nachten zijn daardoor zwaar en ik ben vaak moe. Daarnaast heb ik niet echt positieve genen meegekregen bij geboorte. Dat maakt dat ik ieder morgen bij het wakker worden denk; Oh nee niet weer een dag. Iedere ochtend ben ik in gesprek met mezelf en praat mezelf toe om potverdomme op te staan en wat van het leven te maken. Ik schop mezelf voor mijn reet en ga uit bed om de dag te beleven op de meest zinvolle manier. Dat doe ik, iedere dag. Ik geniet ook wel degelijk van de kleine en soms grote dingen in het leven. Het kost alleen allemaal zo vreselijk veel moeite en knokken tegen mezelf iedere dag weer.

Nadat ik mezelf op mijn 24ste had geprobeerd van het leven te beroven heb ik me voorgenomen om dat nooit meer te doen. Ik wilde niet meer. Ik was kapot van verdriet en vond het leven zwaar. Ik nam pillen en drank. Dat je niet zomaar dood gaat van pillen dat wist ik. Ik was er van overtuigd dat ik echt genoeg pillen had om wel het loodje te leggen. Op een bepaald moment werd ik wakker met de dokter hangend boven mij die zei; ze moet naar het ziekenhuis haar maag moet leeg. Toen bleek dat ik er al 2 dagen lag was er geen haast om mij naar het ziekenhuis te brengen. Twee dagen was ik niet op deze wereld geweest en ik had zo graag gehad dat het voor altijd was geworden. Het was mijn tijd niet blijkbaar.

Uiteindelijk heb ik bijna  10 jaar therapie gevolgd. Op mijn 32ste besloot ik van de 1 op de andere dag te stoppen met therapie en pillen slikken want ik was er helemaal klaar mee. Het zit in mijn genen. Er is geen pil die er tegen helpt (ik heb er duizenden op en ze maakte echt geen verschil) en ik moet het zelf doen. Toen ik die stap had gezet, de knop in mijn hoofd om had gezet, ging mijn leven beter. Ik ging weer werken en deed dingen die ik nooit eerder gedaan had. Ik ging als vrijwilliger naar Bosnië om mensen te helpen, ik ging cursussen doen (reiki en touch for health). Ik vertrok uit mijn relatie van 5 jaar en ik ging alleen wonen. Ik heb met vriendinnen een feestje gevierd dat ik alleen woonde, dat ik vrij was, dat ik gekozen had voor mezelf.

Sinds die keus geniet ik zoveel als ik kan. Doe ik zoveel als ik kan. Help ik zoveel als ik kan. Het kost alleen iedere dag heel veel moeite. Iedere ochtend het gesprek en de zogenaamd schop onder mijn reet van mezelf. Het steeds maar bezig zijn en blijven want zo snel als ik niets te doen heb en alleen ben met mijn gevoel wil ik alleen maar huilen, slapen en vluchten. Gelukkig heb ik mijn honden en die honden zorgen ervoor dat ik wat makkelijker uit bed stap. Dat ik regelmaat heb. Dat ik in de natuur kom. Dat ik lach en geniet. Zonder mijn honden denk ik niet dat ik er nog was geweest. Voor en door mijn honden knok ik iedere dag tegen mezelf, knok ik tegen het niet meer willen. Het beste medicijn in de wereld voor mij. HONDEN!!

 

Medina. Het einde nadert.

Het einde nadert. Ik weet niet hoe lang het nog duurt maar feit is dat ze het geen jaar meer gaat redden. Mijn oudste teef Medina is 15 jaar en ze gaat best hard achteruit. Als pup nam ik haar mee vanuit Bosnië naar Nederland. Mijn toenmalige vriend zei tegen mij, toen ik weg ging naar Bosnië om daar een week in het asiel te gaan werken met Nederlandse dierenartsen en vrijwilligers; je hebt al drie honden en ik wil er niet meer bij. Dat had hij nou niet moeten zeggen want ik ben heel slecht in luisteren. Daarnaast kon ik de kleine pup die binnen werd gebracht niet achter laten in het asiel in Tuzla want ze zou het niet overleven.

Toen we bezig waren in het asiel in Tuzla met steriliseren en castreren van honden en andere hand en span diensten verrichten kwam er een auto de berg op en stopte bij het asiel. Er kwamen twee mannen uit. De achterklep ging open en daar kwamen drie pups uit. De mannen hadden deze pups  van de markt gehaald want er liepen hondenvangers rond. Als die hondenvangers de pups in handen zouden krijgen was het klaar met deze kleintjes. De mannen tilde de pups wat onhandig op. Toen één van de pups op de grond in het asiel werd gezet vlogen er een aantal honden op af. De kleine pup jankte en was compleet in paniek. Ik pakte de kleine snel op en troostte haar. Er was een lege kennel waar ik heen liep en waar ik even rustig met haar ging zitten. Ze kroop tegen me aan. Toen één van de Nederlandse dierenartsen naar haar hartje luisterden werd duidelijk dat ze niet in orde was. Haar ademhaling ging dan ook heel snel en ze was niet fit. Ze had een gat in haar middenrif of een hartafwijking werd mij verteld. Hoe dan ook zou ze het in dit asiel, in dit land op deze manier niet gaan redden.

Aan het einde van een week hard werken en veel ellende vertrokken we weer vanuit Bosnië naar Nederland. De kleine Medina, zo had ik haar genoemd, ging met mij mee. Op zaterdag kwamen we in Ndl aan en op maandag werd ze geopereerd. Ze bleek een gat in haar middenrif te hebben en er was al van alles aan elkaar gegroeid. De operatie duurde ruim twee en een half uur. Gelukkig is ze daar goed doorheen gekomen en nu zijn we dus vijftien jaar later en is het eind voor haar in zicht.

Vorig jaar zomer dacht ik dat ze eind van dat jaar niet zou halen. Ondertussen zijn we meer dan een jaar verder. Nu gaat ze echt hard achteruit. Ze hoort bijna niets meer, behalve als ik heel hard op mijn vingers fluit. Ze ziet steeds minder en loopt steeds lastiger om dan zo nu en dan ook door haar achterpoten te zakken. Hoe weet ik nou wanneer het echt genoeg is geweest? Ik wil zelf niet oud worden en al helemaal niet als ik niet meer helder ben en steeds meer afhankelijk wordt. Ik projecteer dat natuurlijk op anderen maar ook op mijn dieren want voor hen wil ik dat ook niet. Maar is dat eerlijk ten opzichte van mijn dieren? Maak ik dan niet te snel een keus betreft inslapen? Ik vind dit een hele lastige. Ik laat een dier namelijk liever te vroeg dan te laat inslapen. Ik heb ervaring genoeg door de jaren heen.

Ik heb al bijna 20 jaar honden en altijd meer dan één. Daarnaast werk ik al bijna 20 jaar met zwerfhonden uit Bosnië. In de 7 jaar dat ik een paar keer per jaar in het asiel in Bosnië kwam, ik was voorzitter en oprichtster van een stichting om de zwerfhonden daar te helpen, heb ik vaak voor God gespeeld en opdracht gegeven om honden in te laten slapen. Daarnaast haal ik zelf vaak oudere of zieke honden in huis en daardoor heb ik zelf ook al 7 urnen op de kast staan.  In 2014 was het wel erg heftig want toen heb ik 4 van mijn eigen honden moeten laten inslapen. Twee honden in 9 dagen tijd. Ik dacht toen dat mijn hart nooit meer pijnvrij zou worden.

Spelen voor God ben ik goed in want ik maak de keus redelijk makkelijk. Niet dat ik geen verdriet heb of dat ik er niet over nadenk. In geen geval. Ik ga iedere keer kapot vanbinnen en ik denk er heel goed over na. Maar ik durf de verantwoording te nemen en kan mijn emoties uitschakelen bij de keus. De keus moet het beste zijn voor het dier en niet voor de mens die het dier niet wil missen.

Medina is samen met mij zeker twaalf keer verhuisd. We hebben samen veel meegemaakt de afgelopen vijftien jaar. Medina heeft veel honden langs zien komen. Honden die ik tijdelijk in huis liet komen tot ik een baas voor ze vond. Honden die ik in mijn roedel opnam omdat ze oud of ziek waren. Medina vond het allemaal prima als ze maar niet te dicht in haar buurt kwamen. Dat is nog steeds zo. Komen de andere honden te dicht bij haar dan blaft ze die weg. Een hond die haar niet kent schrikt zich er dood van. Medina heeft in verschillende provincies gewoond samen met mij. Medina heeft niet alleen veel honden langs zien komen maar ook veel vriendjes, neukertjes en scharrels.

Ze heeft mij heel wat keren tassen en koffers zien pakken. Ik was namelijk steeds de geen die vertrok uit de relaties over het algemeen. Ze heeft psycho P. meegemaakt. Ik moest Medina en de andere honden die ik toen had een paar keer voor hun veiligheid naar mijn ouders brengen omdat psycho P er een handje van had agressief gedrag te vertonen. Dat iemand mij wat aan wil doen is tot daaraantoe maar men komt niet aan mijn honden. Ze heeft pornoverslaafde T. meegemaakt. Dat hij iedere week dronken thuiskwam na een avondje darten. Ze heeft meegemaakt dat ik foto’s vond van hem met vrouwen waar dingen op gedaan werden die hij alleen met mij zou hebben gedaan. Het positieve aan het wonen bij pornoverslaafde T was dat we dagelijks gingen wandelen in het bos. Daar woonde we toen vlakbij. Medina genoot daar enorm van. Ze liep meestal los want ze heeft altijd goed geluisterd.

Wandelen heeft Medina altijd helemaal geweldig gevonden. Haar neus achterna en o wee als ze een haas zag. Ze was zo snel als het licht. Gillend en jankend van opwinding ging ze er achteraan. Gelukkig is het achter een haas aan gaan maar een paar keer gebeurt. Ik kreeg een hartverzakking de keren dat ze dat deed want ze ging dwars door alles heen. Nu ziet ze geen haas meer lopen, al zou het dier voor haar neus een dansje doen. Wandelingen maken vindt ze ook veelal niet fijn meer. Haar vaste rondje vindt ze prima maar niet meer lopen langs de Waal bijv. Het gekke is dat we daar heel vaak zijn geweest en dat vond ze altijd geweldig. Nu is ze er angstig en loopt met de staart tussen haar benen. Dus ik loop haar vaste rondje en soms gaat ze mee naar de Zandput voor een langere wandeling en ook dat gaat goed. Het blije moment van de dag is als we terugkomen van de wandeling want dan krijgen de honden een snoepje. Voor de rest van de dag is ze eigenlijk vooral aan het slapen. Ze staat nu op pijnstillers omdat ze duidelijk last heeft van haar achterhand. Met de pijnstillers lijkt het beter te gaan en zakt ze minder snel door haar achterpoten heen. Met de dood van Medina zal er een deel van mij sterven. Ik hoop dat ze nog lange tijd mee kan maar dat zeg ik tegen beter weten in want dat zal niet gebeuren. Wanneer het tijd is voor haar om te gaan weet ik niet. Tot die tijd geniet ik van haar en maak ik haar leven zo goed mogelijk.

  

Mijn werk als asiel beheerder

Op 1 december 2018 jaar ben ik tien jaar beheerder van het dierenasiel in Bruchem. Niet één dag is saai geweest en niet één dag is hetzelfde geweest. Nooit eerder heb ik zo lang ergens gewerkt als hier in ons asiel. De afwisseling en het steeds weer zoeken naar oplossingen voor van alles en nog wat maakt het voor mij interessant om hier te werken. Vaak zeggen mensen tegen mij “wat een mooi beroep heb je” of “dat werk zou ik ook wel willen doen”. Mensen denken dan vooral aan het knuffelen en kroelen met honden en katten. Jammer genoeg bestaat het werk als beheerder juist niet uit kroelen en knuffelen met de honden en katten. Het werk van een beheerder houdt in dat je veel dingen moet doen achter de computer. Mails en telefoontjes beantwoorden en veel dingen op papier uitwerken omdat alles geregistreerd moet worden. Daarnaast heb je met heel veel mensen te maken en dat is niet altijd prettig. Het werk wordt er niet makkelijker op de laatste jaren. Steeds vaker krijgen we telefoontjes van mensen die hun dieren weg moeten doen omdat ze er financieel niet meer voor kunnen zorgen. Steeds vaker wordt de hulp ingeroepen door hulpverleners omdat er steeds meer mensen zijn met psychische problemen die een huis met dieren hebben waar het dan ook nog eens een chaos is. Huisuitzettingen, opnames in ziekenhuis of instelling komen steeds vaker voor is de ervaring. Vaak zijn er dieren bij betrokken want de mensen die moeite hebben met het leven hebben vaak hun dieren als enige lichtpuntje. De dieren geven altijd liefde en doen geen nare dingen waar men verdriet van heeft. Jammer genoeg is de zorg voor deze dieren niet altijd optimaal, al vindt men zelf dat ze de zorg prima doen.

Het afgelopen jaar zijn er steeds meer dieren binnen gekomen van mensen die er door financiële of psychische redenen niet meer voor konden zorgen. Dat gaat regelmatig gepaard met heel veel verdriet van de baasjes. Vaak is het dan ook zo dat men geen financiële middelen heeft om de afstandskosten te betalen. De dieren zijn meestal niet gevaccineerd, gechipt of gecastreerd. De kosten zijn dan geheel voor ons asiel als men deze kosten niet kan betalen. Ook helpen we als asiel zo nu en dan mensen met voer en medische kosten als hun dier dat nodig heeft. Vaak is een dier het enige wat ze nog hebben en wij helpen deze mensen dan om hun dier te kunnen houden en verzorgen. U kunt zich voorstellen dat de kosten daardoor hoog oplopen.

Bij het afstaan van dieren, om wat voor reden ook, komt er vaak veel verdriet kijken. Na bijna tien jaar als beheerder went dat nog steeds niet. Het is vaak lastig om dan mijn eigen tranen in te houden. Ik probeer dan het baasje, die afstand moet doen, zo goed mogelijk gerust te stellen. Ik voel met ze mee en als men vertrokken is kan ik nog steeds regelmatig mijn tranen niet in bedwang houden. Het leven is niet altijd eerlijk en het komt steeds vaker voor. Dat frustreert mij meer en meer. Ik voel met de mensen mee en vind het heel  sneu voor de dieren die bij ons gebracht worden.

Het verzacht iets dat ik weet dat wij er voor de dieren zijn en dat de dieren in ons asiel terecht zijn gekomen. Onze vrijwilligers zorgen voor alle dieren met evenveel liefde en doen er veel voor en mee. Soms is het ook echt beter dat een dier naar ons wordt gebracht omdat de thuissituatie en het dier absoluut niet bij elkaar passen. Het is net als bij mensen. Sommige mensen halen het beste in je naar boven en andere halen het slechtste in je naar boven. Dat is regelmatig ook zo bij een huisdier en de thuissituatie. Als dat dier dan eenmaal bij ons is zien we het dier positief veranderen.

Wat ook steeds meer voor komt is dat mensen steeds makkelijker worden. Men doet makkelijker een dier weg of brengt een geadopteerd dier snel terug zonder het echt een kans te geven. In sommige situaties is het echt geen goede match en dan heb ik daar alle begrip voor natuurlijk. Het gebeurt ook regelmatig dat men wel heel snel opgeeft. Of dit nu gaat om geadopteerde dieren uit ons asiel of mensen die ergens anders een dier hebben gehaald en daar weer vanaf willen. Jonge honden die alleen maar in een bench zitten en dat de baas het vreemd vindt dat het dier jankt en nog niet zindelijk is. Kittens die men bewust geboren heeft laten worden en die naar ons brengen omdat ze de beestjes niet snel genoeg kwijt raken. Dit zijn zomaar wat voorbeelden.

Het asielwezen is in de bijna 10 jaar dat ik hier werk erg veranderd. Door de social media zijn de asielen meer de afvoerputjes geworden. Het werken in een asiel wordt er niet makkelijker op kan ik u zeggen.  Ik ben dan ook benieuwd wat het aankomende jaar gaat worden en wat we weer allemaal mee gaan maken.

Het blijft geweldig om te ervaren dat er altijd weer mensen zijn die een dier uit een asiel adopteren en daar alles voor doen om het te laten slagen. Die mensen wil ik bedanken voor hun goede zorgen voor het dier. Ook de mensen die ons altijd steunen, op wat voor manier ook, dank jullie wel!!

Vriendelijke groeten,
Wilma de Joode (beheerder asiel Bruchem)

Nierdonatie, 1 jaar geleden.

Vandaag 18 jan ‘18 is het een jaar geleden dat één van mijn nieren uit mijn lijf werd gehaald en in een ander persoon werd geplaatst. Ik heb geen idee wie mijn nier heeft gekregen maar ik hoop dat die persoon er nog steeds mee rond loopt en daardoor weer volop kan genieten van het leven.
 
Toen ik, een jaar geleden, mijn éénpersoons ziekenhuiskamer binnen liep en mijn tas op het bed liet vallen begon het echt serieus te worden. Ik zou de volgende dag geopereerd gaan worden. Niet omdat het moest maar omdat ik er zelf voor had gekozen. Dat laatste was voor mij geen moeilijke keus geweest. Ik wilde dit doen, ik wilde helpen. Het was wel moeilijk voor mijn ouders. Die begrepen niet waarom ik mijn leven op het spel zette voor iemand die ik niet kende.
 
Toen ik om acht uur in de ochtend naar de operatiekamer werd gebracht was ik nerveus, ondanks de pillen die ik had gehad om rustig te zijn en blijven. Ik werd de operatiekamer ingereden en heel snel daarna gingen bij mij de lichten uit. Toen ik weer wakker werd lag ik in de uitslaapkamer en hoorde ik in de verte een stem vragen; slaapt ze nog? Ik wist dat het over mij ging en mijn ogen gingen open want ik herkende die stem. Het was de stem van de chirurg. Het eerste wat ik hem vroeg was: hoe deed mijn nier het? De chirurg zei; die ging gelijk aan het werk, geen vlekje te zien, een prachtige nier. Ik begon te huilen. Ik was trots op mijn nier. Die deed dat toch maar mooi, zo in een vreemd lichaam!
 
Ik mocht drie dagen na de operatie naar huis. Een week na de operatie reed ik alweer zelf in de auto en liet ik mijn eigen honden uit in de polder en na 4 weken was ik weer aan het werk.
 
Gisteren heb ik mijn eerste bloed en urine check gehad na de nierdonatie en alles is in orde. Ik had niet anders verwacht.
Het was een zeer bijzondere ervaring om nierdonor te zijn. Veel emoties die bezit van mij namen in het hele voortraject en na de operatie. Gezond een ziekenhuis in gaan en er een stuk minder prettig uit komen was een zeer vreemde ervaring. Daarnaast waren er ook nog de reacties van mensen die er allemaal wat van vonden. Er waren mensen die dachten (en denken) dat ik het deed om aandacht te krijgen, of om naar bedankjes te vissen. Het merendeel van de reacties waren gelukkig zeer positief. Ik heb me heel wat keren ongemakkelijk gevoeld als mensen mij de hemel in prezen. Het was voor mij namelijk een normale zaak, ik vond dat ik dit moest doen…omdat het kon!

De overbuuf

De overbuuf woonde alleen. Ik zag haar heel af en toe buiten strompelen over haar pad. Ze was al over de 85. Op een dag kwam ik met haar in gesprek. Ze vertelde dat ze pas gevallen was en ze uren in de schuur had gelegen voor iemand haar had gevonden. Gunst wat had ik met het oude mensje te doen. Ik bood haar aan om af en toe te komen helpen. Ook gaf ik mijn tel nummer zodat ze kon bellen als er iets was.

Ik kwam steeds vaker bij de overbuuf. Niet omdat het zo gezellig was want de overbuuf was niet gezellig. Ze was hard en kil en had geen humor. Ze rookte een pakje sigaretten per dag. Als je voor de deur stond kon je de rook al ruiken. Daarnaast at ze heel ongezond. Mijn hemel wat was ze eigenwijs. Ze kón wel lief zijn. Haar kat was haar alles. Naar Poes was ze altijd lief. Poes kreeg al 18 jaar lang iedere avond een schoteltje vol met slagroom. Poes was nog het enige in haar leven waar ze lief voor was.

Wat ik nooit meer zal vergeten was de avond dat ik chinees had gehaald voor ons samen. De overbuuf had mij verteld dat ze vroeger regelmatig bij de chinees ging eten met haar man. Haar man die al jaren geleden overleden was. Het was al tientallen jaren geleden dat ze voor het laatst chinees eten op had. Ze vond dat altijd zo lekker vertelde ze mij. Ik stelde haar voor om chinees te halen. Ze vond het een prima plan. Ik heb genoten van het kijken naar de overbuuf die chinees aan het eten was. De mie ging niet alleen in haar mond maar belandde ook op haar schoot en een deel bleef op haar kin hangen. Ze vond het eten heerlijk en ik vond het fantastisch om haar zo te zien genieten.

De overbuuf kon steeds minder. In het begin kon ze nog wat lopen met haar looprek. Dat ging steeds slechter. Toen kwam ze in de rolstoel terecht. Samen met een andere vrouw en een neef van de overbuuf deed ik de mantelzorg voor de overbuuf. Ruim een jaar lang liep ik iedere avond naar de overkant van de straat. Dan moest de overbuuf van de keuken naar de kamer gebracht worden. Haar pillen lag ik klaar en ik schonk haar glaasje drinken in voor die avond. Soms bleef ik voor een praatje en soms was ik zo weer weg. Het gebeurde namelijk ook regelmatig dat ik overdag gebeld werd door de overbuuf. Dan wilde Poes naar binnen of naar buiten en ging ik de deur voor Poes open doen. Vaak hadden we dan al een praatje gemaakt.

Op een avond merkte ik dat de gezondheid van de overbuuf hard achteruit ging. Ik belde haar neef om dat te vertellen. Er is die nacht gewaakt bij haar. De volgende dag liep ik gelijk naar de overkant toen ik uit mijn werk kwam. Ik zag de overbuuf in haar stoel hangen. Ze ademde zwaar en ze zag er vreselijk slecht uit. Dit was de laatste keer dat ik haar in leven heb gezien. Ze is een aantal uren later overleden.

Het loopje naar de overkant heb ik nog een paar maanden iedere dag gemaakt. Poes leefde namelijk nog en moest verzorgd worden. Poes zou ook niet lang meer leven gezien haar leeftijd en gezondheid. Poes is een paar maanden na het overlijden van de overbuuf in het huis op de stoel waar ze altijd lag ingeslapen. Ik heb de dierenarts aan huis laten komen en was erbij om Poes vast te houden. De overbuuf en Poes zijn bijna 2 jaar lang iedere dag in mijn leven geweest. Ik heb de overbuuf en Poes nog maandenlang gemist.